ECLI:NL:RVS:2018:3318
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse afvalsorteerstraatjes in beschermd stadsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 26 juni 2018 het plaatsingsplan vast voor ondergrondse afvalsorteerstraatjes, waarbij een locatie werd verplaatst naar een plek binnen het beschermd stadsgezicht in de wijk Zeeheldenkwartier. Appellanten betoogden dat deze plaatsing in strijd was met het beschermde stadsgezicht en dat het zou leiden tot verkeersonveilige situaties.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze. Het college had het advies van de Adviescommissie Openbare Ruimte gevolgd en de locatie verplaatst om minder parkeerplaatsen in te nemen. Kabels en leidingen vormden geen belemmering voor de verplaatsing.
De voorzieningenrechter verwierp het beroep omdat het college aan het feit dat de locatie binnen een beschermd stadsgezicht ligt geen doorslaggevend gewicht hoefde toe te kennen. Ook was het verkeersveiligheidsargument onvoldoende, aangezien de verkeersbelemmering werd veroorzaakt door reeds aanwezige containers en niet door het nieuwe afvalsorteerstraatje.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse afvalsorteerstraatjes wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.