ECLI:NL:RVS:2018:3327
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit tegemoetkoming planschade Hoge Woerd en toekenning aanvullende vergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht kende aan appellant een tegemoetkoming in planschade toe vanwege waardevermindering van zijn woning door het bestemmingsplan Hoge Woerd. De tegemoetkoming zou worden verhoogd indien de eerste herziening van het bestemmingsplan niet vóór 30 september 2016 werd vastgesteld of niet onherroepelijk werd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze voorwaarde en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de planologische vergelijking, de taxatie van de schade en de vraag of de schade anderszins verzekerd was door de herziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de onzekerheid over de herziening onvoldoende had ondervangen en dat de voorwaarde voor verhoging van de tegemoetkoming onjuist was. De Afdeling vernietigde het besluit en bepaalde zelf een aanvullende tegemoetkoming van de helft van het bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit over de verhoging van de tegemoetkoming in planschade wordt vernietigd en een aanvullende tegemoetkoming van €3.750,00 wordt toegekend met wettelijke rente.