ECLI:NL:RVS:2018:3335
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wapenverlof wegens twijfel aan betrouwbaarheid schietvereniging
Appellant vroeg op 29 juni 2014 een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie aan, maar de korpschef weigerde dit verlof op 16 september 2014. Na administratief beroep vernietigde de staatssecretaris dit besluit, maar weigerde het verlof opnieuw op 13 juli 2016 vanwege twijfel aan de betrouwbaarheid van de schietvereniging waarvan appellant lid is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de weigering.
Appellant stelde dat het gedrag van het bestuur van de schietvereniging niet aan hem toegerekend mag worden, zeker omdat hij ten tijde van die gedragingen nog geen lid was. De staatssecretaris stelde dat de vereniging zich niet conformeert aan essentiële veiligheidsvoorschriften, zoals het weigeren om gegevens over schietbanen en bewaarplaatsen van wapens te verstrekken, wat een reëel risico op misbruik oplevert.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris binnen redelijke grenzen de vrees voor misbruik mocht baseren op het lidmaatschap van deze vereniging, ook zonder dat appellant zelf betrokken was bij de gedragingen van het bestuur. De onderbouwing door de minister was voldoende en de latere verlening van verloven aan de vereniging en leden veranderde niets aan de rechtmatigheid van het eerdere besluit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen grond bestond voor vergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant staat vrij een nieuwe aanvraag in te dienen indien omstandigheden wijzigen.
Uitkomst: Weigering van het wapenverlof aan appellant wordt bevestigd wegens twijfel aan betrouwbaarheid door lidmaatschap van een niet-conforme schietvereniging.