ECLI:NL:RVS:2018:3354
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kostenverhaal bestuursdwang bij ontmanteling hennepkwekerij
Appellant was huurder van een pand waar op 2 juni 2016 een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder heeft daarop spoedeisende bestuursdwang toegepast en de kosten daarvan vastgesteld op € 1.325,21, welke kosten aan appellant zijn doorberekend. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van deze kosten, stellende dat de ontmanteling minder tijd in beslag nam en dat het bedrag van het ontruimingsbedrijf niet in verhouding stond tot de werkelijke kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten onredelijk hoog zijn. De manuren van de toezichthouders en de kosten van het ontruimingsbedrijf zijn volgens de Afdeling redelijk en in lijn met jurisprudentie.
Verder oordeelde de Afdeling dat het feit dat appellant bijstandsgerechtigde is, geen reden is om van kostenverhaal af te zien. De mogelijkheid tot overleg over een betalingsregeling blijft open. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang worden bevestigd.