ECLI:NL:RVS:2018:3364
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake Wob-verzoeken over ontslagprocedure bij Wageningen Universiteit
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend bij het college van bestuur van Wageningen Universiteit op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot zijn ontslagprocedure. Het college verstrekte enkele documenten, maar verklaarde bezwaar niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe documenten bestonden.
De rechtbank vernietigde de besluiten op bezwaar, oordeelde dat de verzoeken wel op een bestuurlijke aangelegenheid zien en dat de Wob van toepassing is, maar stelde dat er geen aanvullende documenten zijn dan reeds verstrekt. De rechtbank liet de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten deels in stand.
In hoger beroep betwist appellant het gedeeltelijk in stand laten van de rechtsgevolgen en stelt dat alle verzoeken Wob-verzoeken zijn en dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd. De Afdeling stelt vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er meer documenten bestaan dan reeds verstrekt, en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Verder oordeelt de Afdeling dat het college geen dwangsom verschuldigd is voor de vermeende te late reactie op een Wob-verzoek, omdat de dwangsomregeling sinds 1 oktober 2016 niet meer van toepassing is op Wob-besluiten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.