ECLI:NL:RVS:2018:3401
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 24 augustus 2018 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 21 september 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en legde aan de staatssecretaris een proceskostenveroordeling op van € 501,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd op 16 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier S. Duyster.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.