ECLI:NL:RVS:2018:3411
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris heeft op 13 juli 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 september 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om te bepalen dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel op 18 oktober 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.