ECLI:NL:RVS:2018:3430
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 13 juni 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Op 14 juni 2017 heeft het college dit besluit schriftelijk bevestigd en de kosten van €126,00 gedeeltelijk aan appellant opgelegd. Appellant stelde dat hij de afvaldoos weliswaar had gedeponeerd, maar in de container, en dat vermoedelijk een derde het afval onrechtmatig had verwijderd en opnieuw geplaatst vanwege onvoldoende containercapaciteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat de persoon aan wie het afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hij niet de overtreding heeft begaan. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt met zijn stelling en vermoeden. Het college heeft toegelicht dat het niet is toegestaan afval zo aan te bieden dat de inzamelvoorziening niet goed kan worden gesloten, en dat als appellant de doos correct had aangeboden, een derde deze niet had kunnen verwijderen.
De Afdeling concludeert dat het college appellant terecht als overtreder heeft aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van bestuursdwangkosten wordt ongegrond verklaard en afgewezen.