ECLI:NL:RVS:2018:3432
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsom voor bouwwerken in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal heeft op 4 mei 2016 een last onder bestuursdwang opgelegd aan appellant en appellante om een volière en een speel-/dierverblijfgebouw te verwijderen, omdat deze bouwwerken niet passen binnen de bestemming 'Verkeer' van het perceel. Tevens werd een dwangsom van € 5.000 per bouwwerk opgelegd.
Appellant en appellante maakten bezwaar en voerden aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder gerechtvaardigd vertrouwen en schending van het gelijkheidsbeginsel, handhaving in de weg stonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de aangevoerde bijzondere omstandigheden niet opgaan omdat de bouwwerken niet passen binnen de bestemmingsplanregels.
Verder betoogden appellant en appellante dat vanwege hun financiële situatie en het handelen van het college invordering van de dwangsommen onredelijk was. De Afdeling stelt dat invordering van dwangsommen een zwaarwegend belang dient en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die invordering in de weg staan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.