ECLI:NL:RVS:2018:3434
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit machtiging tot binnentreden wegens onvoldoende noodzaak
Bij besluit van 29 september 2016 gaf de burgemeester van West Maas en Waal een machtiging tot binnentreden in woningen op drie percelen te Alphen vanwege vermeende overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Appellanten, bewoners van een van de woningen, maakten bezwaar tegen deze machtiging, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat binnentreden zonder toestemming een ingrijpend middel is dat alleen is toegestaan indien het vermoeden van een illegale situatie voldoende serieus is en binnentreden redelijkerwijs noodzakelijk is om dit vermoeden te bevestigen. De overtredingen betroffen het plaatsen en gebruiken van woonwagens zonder vergunning en andere bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Echter, deze overtredingen waren reeds vastgesteld en er was geen nieuw vermoeden dat binnentreden noodzakelijk maakte.
De Afdeling concludeerde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat de machtiging tot binnentreden onnodig was afgegeven. De rechtbank had dit niet onderkend. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van de burgemeester van 18 juli 2017 en het besluit van 29 september 2016 herroepen. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: De machtiging tot binnentreden is vernietigd wegens onvoldoende noodzaak en de burgemeester is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.