ECLI:NL:RVS:2018:3456
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang tot verwijdering schip wegens niet voldoen aan Verordening Openbaar Vaarwater
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde aan appellant een last onder bestuursdwang op om het schip vóór 14 december 2016 uit de haven te verwijderen omdat het schip niet voldeed aan de eisen van artikel 21 van Pro de Verordening Openbaar Vaarwater 2006 (Vov), met name het vereiste vrijboord van 60 centimeter.
Appellant kocht het schip op 28 december 2015 en voerde aan dat hij onvoldoende tijd had gekregen om het vrijboord aan te passen en dat het schip al 22 jaar in de haven lag, waardoor het college een alternatieve ligplaats had moeten aanbieden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat appellant voldoende tijd heeft gehad om het vrijboord aan te passen en dat het college terecht handhavend heeft opgetreden.
De Afdeling benadrukt dat de nieuwe eigenaar zich moet melden bij de havenmeester en dat het schip aan de Vov moet voldoen om in de haven te mogen liggen. Er is geen recht van appellant op ligplaats vanwege het verleden en geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg staan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder bestuursdwang tot verwijdering van het schip wordt bevestigd.