ECLI:NL:RVS:2018:3464
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffingen Faunabeheereenheid voor beheer Canadese gans en kolgans in Zuid-Holland
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 28 januari 2016 ontheffingen aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland voor het opzettelijk verontrusten en doden van verschillende soorten ganzen, waaronder de Canadese gans en kolgans, alsmede voor het verstoren van nesten en eieren. De Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland en anderen maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogden de appellanten dat de doelpopulaties in het Faunabeheerplan geen gunstige staat van instandhouding van de Canadese gans en kolgans waarborgen. Zij voerden aan dat de Canadese gans ten onrechte als niet-inheems werd beschouwd en dat de doelpopulaties onvoldoende gemotiveerd zijn. De Raad van State overwoog dat de Canadese gans en kolgans als beschermde inheemse diersoorten zijn aangewezen in het Besluit beheer en schadebestrijding dieren, waarbij het uitgangspunt is dat ontheffingen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding.
De Raad van State oordeelde dat de appellanten onvoldoende gemotiveerd hebben waarom deze aanwijzingen buiten toepassing zouden moeten blijven en verwierp hun beroep. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ontheffingen aan de Faunabeheereenheid worden bevestigd.