ECLI:NL:RVS:2018:3483
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over recht op kinderopvangtoeslag bij onbetaald ouderschapsverlof
De Belastingdienst/Toeslagen had de kinderopvangtoeslag van een ouder over 2014 definitief vastgesteld en een deel teruggevorderd, omdat zij meende dat onbetaald ouderschapsverlof niet als gewerkte uren telt voor de toeslag. De rechtbank verklaarde het beroep van de ouder gegrond en oordeelde dat de uren onbetaald ouderschapsverlof wel meetellen als gewerkte uren.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in en voerde aan dat alleen betaalde arbeid recht geeft op kinderopvangtoeslag, verwijzend naar de Wet kinderopvang en de Wet inkomstenbelasting. De Raad van State overwoog dat noch de wet noch de wetsgeschiedenis onderscheid maken tussen betaald en onbetaald ouderschapsverlof voor de toeslag. De arbeidsovereenkomst en de overeengekomen arbeidsduur zijn bepalend.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de uren onbetaald ouderschapsverlof als gewerkte uren moeten worden beschouwd, en dat het standpunt van de Belastingdienst niet wordt gevolgd. Ook het argument over financiering en werkgeversbijdrage faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de urenkoppeling in het Besluit kinderopvangtoeslag en bevestigt dat onbetaald ouderschapsverlof de aanspraak op kinderopvangtoeslag niet uitsluit.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat onbetaald ouderschapsverlof meetelt als gewerkte uren voor de kinderopvangtoeslag.