ECLI:NL:RVS:2018:3532
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling in zaak intrekking vergoeding rechtsbijstand
De raad voor rechtsbijstand trok bij besluit van 21 augustus 2017 een eerder toegekende vergoeding voor door wederpartij verleende rechtsbijstand in, omdat bleek dat een andere advocaat was opgevolgd. Wederpartij stelde bezwaar en beroep in, waarbij de rechtbank Gelderland het besluit van de raad vernietigde en de raad veroordeelde tot vergoeding van proceskosten van €1503,00.
De raad stelde in hoger beroep dat geen sprake was van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, aangezien wederpartij zelf bezwaar en beroep had ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de raad de proceskosten moest vergoeden, omdat de kosten niet voldeden aan de definitie van kosten voor door een derde verleende rechtsbijstand zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de raad was veroordeeld tot proceskostenvergoeding, en oordeelde dat de raad geen proceskosten hoeft te vergoeden voor de bezwaar- en beroepsprocedure. Voor de in hoger beroep gemaakte kosten bestaat geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De raad voor rechtsbijstand hoeft geen proceskosten te vergoeden voor de bezwaar- en beroepsprocedure.