ECLI:NL:RVS:2018:3547
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. Kramer
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor vlaggenmasten op verenigingsgebouw jachthaven
De watersportvereniging Aegir vroeg een omgevingsvergunning aan voor het legaliseren van twee vlaggenmasten op het verhoogde bordes van haar verenigingsgebouw op het perceel Prinsenmolenpad 4 te Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de vergunning omdat de vlaggenmasten niet passen binnen het bestemmingsplan "Kern en Plassen" en in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. De rechtbank verklaarde het beroep van Aegir ongegrond en de vereniging ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vlaggenmasten geen bij de functie van jachthaven passende bouwwerken zijn zoals bedoeld in artikel 17 van Pro het bestemmingsplan, omdat zij niet functioneel zijn voor de jachthaven. Ook de afstand en het zicht van omwonenden waren onvoldoende om hen als belanghebbenden aan te merken. Het college had het negatieve welstandsadvies van de welstandscommissie Rotterdam terecht gevolgd en voldoende gemotiveerd waarom de vlaggenmasten in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.
Verder was er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat eerdere vergunningverlening voor 20 vlaggenmasten op een andere locatie een andere situatie betrof. Ook de vergelijking met de bouw van een woning in de buurt was niet relevant vanwege een andere bestemming en wijzigingsbevoegdheid. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van Aegir af.
Uitkomst: Het hoger beroep van Aegir wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.