ECLI:NL:RVS:2018:3549
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R. van der Spoel
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen omgevingsvergunning voor bouwplan met afwijking bouwhoogte en parkeernormen in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 15 maart 2018 een omgevingsvergunning aan belanghebbende A voor de bouw van 20 woningen en 40 appartementen op een perceel in Utrecht, inclusief een parkeergarage met 21 plaatsen en drie eigen garages. De vergunning bevatte een afwijking van de maximale bouwhoogte van 18 meter, waardoor twee extra appartementen mogelijk werden.
Appellant, wonende tegenover het perceel, vreesde parkeeroverlast en stelde beroep in tegen het besluit. Hij voerde onder meer aan dat de berekening van de benodigde en beschikbare parkeerplaatsen onjuist was, dat de extra parkeerplaatsen niet specifiek voor bewoners zouden zijn, dat de maximale loopafstand tot parkeerplaatsen niet werd gehaald, en dat de aanleg van parkeerplaatsen in strijd zou zijn met de bestemming van het terrein.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht was uitgegaan van de parkeernormen en dat de afwijking van de bouwhoogte binnen de wettelijke mogelijkheden viel. De berekeningen van het college waren niet onredelijk, en de bezwaren van appellant over toekomstige ontwikkelingen en verkeersveiligheid faalden. Ook was het niet onredelijk dat het college geen onderzoek naar alternatieven voor parkeren op eigen terrein had gedaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het bouwplan met afwijking van bouwhoogte en parkeernormen is ongegrond verklaard.