ECLI:NL:RVS:2018:356
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging boete wegens arbeid vreemdeling zonder geldige vergunning na rechtsvormwijziging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde de vennootschap een boete van € 2.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling arbeid verrichtte zonder geldige gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (gvva) na een wijziging van de rechtsvorm van de onderneming.
De rechtbank matigde de boete tot € 500, omdat de feitelijke situatie niet was gewijzigd behalve de rechtsvorm, er een nieuwe gvva was afgegeven en de vennootschap niet volledig verwijtbaar was. De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht de boete had gematigd gezien de geringe ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat bij wijziging van de rechtsvorm, het niet tijdig aanpassen van de gvva een overtreding oplevert, maar dat matiging van de boete passend kan zijn wanneer de feitelijke situatie gelijk blijft en verwijtbaarheid beperkt is.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de boete tot € 500 en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.