ECLI:NL:RVS:2018:3561
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake beroep tegen niet tijdig beslissen
In deze zaak heeft appellant bij e-mail van 13 maart 2014 verzocht om inzage in zittingsverslagen van een persoon. Appellant stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op dit verzoek. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het verzoek geen aanvraag was op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en dus geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde aan dat het verzoek betrekking had op privégegevens van zijn biologische dochter en daarom geen Wob-verzoek was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verzoek niet was gebaseerd op een openbaarmakingsregeling en slechts gericht was op het feitelijk verstrekken van informatie. Dit is geen besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 Awb Pro, en het uitblijven van een reactie kan niet worden gelijkgesteld aan een besluit.
Daarom was de rechtbank terecht onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.