ECLI:NL:RVS:2018:3572
Raad van State
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperking kennisneming stukken in bestuursrechtelijke procedure
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een bestuursrechtelijke zaak. De minister van Justitie en Veiligheid verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak om alleen zijzelf kennis te laten nemen van drie specifieke stukken in het geding, waaronder een e-mail aan de Raad voor de Kinderbescherming.
De Afdeling weegt het belang van gelijke informatieverstrekking aan partijen en de noodzaak voor een zorgvuldige rechtsgang tegen het belang van het algemeen belang en het vertrouwen van derden. De Afdeling oordeelt dat beperking van kennisneming van twee stukken gerechtvaardigd is omdat inzage door appellant de procedure zinledig zou maken.
Echter, voor het derde stuk, de e-mail, is vastgesteld dat appellant deze al heeft ontvangen via de officier van justitie in een strafrechtelijke procedure. De minister kan daarom niet effectief de kennisneming beperken. De Afdeling wijst het verzoek tot beperking van kennisneming van dit stuk af en verzoekt de minister het stuk binnen 14 dagen aan de Afdeling en appellant toe te sturen.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van de e-mail wordt afgewezen en de minister wordt verzocht het stuk aan partijen toe te sturen.