ECLI:NL:RVS:2018:3583
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens gebrekkige motivering
De vreemdeling had bij besluit van 2 november 2015 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris werd afgewezen. Tevens werd een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet was ingegaan op de klacht dat de staatssecretaris in het besluit op bezwaar niet had gereageerd op de door de vreemdeling aangevoerde bezwaren tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning. Dit was in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit van 6 april 2017 en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De overige beroepsgronden werden niet meer behandeld.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel.