ECLI:NL:RVS:2018:359
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring bestuursrechter inzake KNIL-sociale voorzieningen
Appellant verzocht de minister om realisatie van sociale voorzieningen voor militair personeel van het KNIL, geldig op 26 december 1949 en 24 juli 1950. Na bezwaar en beroep tegen de beweerdelijke weigering tot besluitvorming verklaarde de rechtbank Gelderland zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze onbevoegdverklaring. Zij overweegt dat de tijdelijke status van ex-KNIL-militairen na aankomst in Nederland rechtsgeldig is opgeheven en dat de Nederlandse regering in 1978 haar bijzondere zorgplicht voor Molukkers heeft beëindigd, waardoor geen publiekrechtelijke grondslag meer bestaat voor de gevraagde voorzieningen.
Daarom is er geen aanvraag in de zin van de Awb en geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro genomen of geweigerd. De bestuursrechter is aldus niet bevoegd, en de burgerlijke rechter is bevoegd. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.