ECLI:NL:RVS:2018:3592
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- H. Bolt
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving gebruik stolpwoning als derde bedrijfswoning in strijd met zorgvuldigheidseisen
Het college van burgemeester en wethouders van Beemster legde dwangsommen op aan appellanten om het gebruik van een stolpwoning als derde bedrijfswoning te staken, omdat dit volgens het college in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte niet had onderzocht of de bewoning van de stolpwoning noodzakelijk was voor het agrarisch bedrijf en dat het college bovendien de op 2 augustus 2016 verleende omgevingsvergunning voor de schapenstal niet had betrokken bij de besluitvorming. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid, in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het incidenteel hoger beroep van de tegenpartij ongegrond, maar verklaarde het hoger beroep van appellanten gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het college moet een nieuw besluit nemen, waarbij alle relevante omstandigheden worden betrokken. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van alle relevante omstandigheden.