ECLI:NL:RVS:2018:3595
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet tijdig verstrekken identiteitsgegevens arbeid vreemdelingen
De minister legde appellante een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij niet binnen 48 uren de identiteit van twee mannen die zich aan een arbeidsinspectie onttrokken had vastgesteld. Appellante voerde aan dat de vordering onduidelijk was en dat de boete onevenredig hoog was, omdat de mannen achteraf legaal in Nederland mochten werken.
De rechtbank oordeelde dat de mondelinge en schriftelijke vordering duidelijk was en dat appellante de termijn niet had gerespecteerd. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de e-mail van appellante waarin om opheldering werd gevraagd niet leidde tot stuiting van de termijn. Ook is geen reden voor matiging van de boete, omdat de overtreding bestond uit het niet tijdig voldoen aan de vordering.
Verder is vastgesteld dat er onduidelijkheid bestaat over de identiteit van de mannen, mede door wisselende verklaringen van betrokkenen. De Raad van State vindt dat de rechtbank voldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens het niet binnen 48 uur verstrekken van identiteitsgegevens.