ECLI:NL:RVS:2018:3600
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen invordering dwangsommen na verjaring
Het college van burgemeester en wethouders van Voerendaal legde op 26 juli 2016 een last onder dwangsom op aan belanghebbende wegens overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Na het verstrijken van de termijnen waarop de dwangsommen verbeurd konden zijn, besloot het college op 29 november 2016 tot invordering van € 1.500,00 aan dwangsommen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde zijn beroep tegen het besluit op bezwaar van 24 januari 2017 niet-ontvankelijk.
Appellant voerde aan dat hem niet kon worden verweten geen bezwaar te maken tegen het oorspronkelijke last onder dwangsom besluit en dat het college niet bevoegd was het besluit op bezwaar te nemen na beëindiging van de handhavingsprocedure. De Afdeling oordeelde dat appellant geen bezwaar hoefde te maken tegen het last onder dwangsom besluit omdat hij zich daarmee kon verenigen, maar dat dit betekende dat hij geen actueel belang had bij het beroep tegen het besluit op bezwaar. Het college was wel bevoegd het bezwaar te behandelen.
Verder stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het college het bezwaar tegen de invorderingsbeschikking moest behandelen. De Afdeling bevestigde dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaarde en dat het college het bezwaar alsnog moest behandelen. Omdat het college echter niet tijdig de verjaring van de invorderingsbevoegdheid had gestuit, was het bevoegdheid tot invordering verjaard. Hierdoor was het belang van appellant bij een oordeel over de invorderingsbeschikking komen te vervallen.
De Afdeling verklaarde daarom het bezwaar van appellant tegen de invorderingsbeschikking niet-ontvankelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de invorderingsbeschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de invorderingsbevoegdheid.