ECLI:NL:RVS:2018:3604
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang vanwege onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 31 oktober 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een doos met huishoudelijk afval die naast een papiercontainer op de Waldeck Pyrmontkade was aangetroffen. Omdat in de doos een poststuk met de adresgegevens van appellant was gevonden, werd appellant als overtreder aangemerkt en werd hem een deel van de kosten (€126,00) van de bestuursdwang opgelegd.
Appellant betwist dat hij de overtreding heeft begaan en stelt dat zijn partner het afval in de papiercontainer heeft gedaan en vermoedt dat iemand anders het afval uit de container heeft gehaald en in de doos heeft geplaatst. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de persoon tot wie het afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat een ander de overtreding heeft gepleegd.
Appellant heeft dit niet voldoende aannemelijk gemaakt; zijn stelling is onvoldoende onderbouwd en het feit dat de papiercontainer vol was, maakt dit niet anders. Daarom mocht het college de kosten van bestuursdwang op appellant verhalen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van kosten voor bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.