ECLI:NL:RVS:2018:3606
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang inzake onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 5 september 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Op 8 september 2017 stelde het college dit besluit schriftelijk vast en legde een deel van de kosten (€ 126,00) bij appellante neer.
Appellante betwist dat zij de overtreding heeft begaan en stelt dat haar partner de envelop met haar adresgegevens in de papiercontainer heeft gegooid en dat iemand anders mogelijk de envelop uit de container heeft gehaald en in de aangetroffen doos heeft geplaatst. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de persoon aan wie het afval kan worden herleid doorgaans als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hij niet de overtreding heeft begaan.
Appellante heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Haar stellingen zijn onvoldoende onderbouwd om het college te weerleggen. Daarom mocht het college de kosten van de bestuursdwang op haar verhalen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het kostenverhaal bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.