ECLI:NL:RVS:2018:3625
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang wegslepen voertuig bij tijdelijk parkeerverbod tijdens evenement in Den Haag
Op 12 maart 2017 parkeerde appellant zijn auto in de Van Boetzelaerlaan te Den Haag, waar een tijdelijk parkeerverbod gold vanwege de City-Pier-City-loop (CPC). Het college van burgemeester en wethouders liet het voertuig wegslepen omdat het parkeerverbod was aangegeven met bord E4 en een onderbord, zonder dat daar een verkeersbesluit aan ten grondslag lag. Appellant maakte bezwaar tegen het wegslepen en de kosten, waarop het college het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat het college ten onrechte geen verkeersbesluit had genomen en dat het parkeerverbod niet rechtsgeldig was omdat het evenement niet onvoorzien was. Ook stelde hij dat het verkeersbord onduidelijk was en dat het wegslepen onnodig en willekeurig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht gebruik maakte van de bevoegdheid op grond van artikel 35 BABW Pro om bij dringende omstandigheden zonder verkeersbesluit een parkeerverbod in te stellen. Het bord met onderbord maakte het parkeerverbod voldoende duidelijk, en het college had het belang van de openbare orde en veiligheid terecht zwaarder laten wegen dan het belang van appellant.
De Afdeling concludeerde dat het college niet onredelijk had gehandeld door het voertuig weg te slepen en de kosten te verhalen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuursdwang tot wegslepen van het voertuig bevestigd.