ECLI:NL:RVS:2018:3628
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering remigratievoorzieningen wegens niet voldoen aan WWB-vereiste
Bij besluiten van 16 juni 2016 heeft de raad van bestuur de remigratievoorzieningen toegekend aan appellant ingetrokken en een bedrag van € 15.971,45 teruggevorderd, omdat appellant niet voldeed aan het vereiste van minimaal zes maanden WWB-uitkering voorafgaand aan de aanvraag. Het dagelijks bestuur van het Werkplein Drentsche Aa had de WWB-uitkeringen met terugwerkende kracht ingetrokken.
Appellant betoogde dat de terugvordering onterecht was, dat hij aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en dat de intrekking in strijd was met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, alsmede met artikel 6 EVRM Pro en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak, omdat appellant onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de eerdere overwegingen niet zouden standhouden.
De Raad van State oordeelt dat de intrekking en terugvordering terecht zijn en dat het hoger beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 7 november 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de remigratievoorzieningen worden bevestigd.