ECLI:NL:RVS:2018:3629
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Lubberdink
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling verzoek tot geslachtsnaamswijziging wegens niet-betaling leges
De zaak betreft het hoger beroep van een vrouw die haar geslachtsnaam wenst te wijzigen in haar oorspronkelijke naam na echtscheiding, maar het verzoek werd buiten behandeling gesteld omdat zij de leges van €835,- niet betaalde. De rechtbank had het beroep eerder ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De appellant voerde aan dat sprake is van discriminatie op grond van geslacht en nationaliteit, en dat de leges een onredelijke belemmering vormen voor haar recht op privéleven zoals beschermd door het EVRM. Ook stelde zij dat het besluit in strijd is met bepalingen uit het VWEU en internationale verdragen.
De Raad van State overweegt dat het Nederlandse recht geen onderscheid maakt op grond van geslacht bij geslachtsnaamswijziging en dat de situatie van de appellant onvoldoende vergelijkbaar is met andere gevallen van naamswijziging van vreemdelingen. Verder is vastgesteld dat Turkije geen lidstaat van de EU is, zodat Unierechtelijke vrijheden niet van toepassing zijn. De leges zijn kostendekkend vastgesteld en vormen geen disproportionele belemmering. De appellant had ook de mogelijkheid bijzondere bijstand aan te vragen, maar dit verzoek werd afgewezen en onherroepelijk. Er is geen schending van artikel 8 of Pro 13 EVRM.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenbehandelingstelling van het verzoek tot geslachtsnaamswijziging wordt bevestigd.