ECLI:NL:RVS:2018:3636
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunningplicht voor mantelzorgwoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Drechterland legde de bouw van een mantelzorgwoning op een perceel te Venhuizen stil omdat geen omgevingsvergunning was verleend. Het geschil betrof de vraag of de mantelzorgwoning zonder vergunning mocht worden gebouwd op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor).
De rechtbank oordeelde dat de mantelzorgwoning niet onder de uitzonderingen voor vergunningvrij bouwen viel, omdat de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het perceel werd overschreden en het bouwplan in strijd was met de bestemming "Tuin" die geen vrijstaande bijgebouwen toestaat. Het hoger beroep van appellant, die stelde dat de oppervlakteberekening onjuist was en dat het bestemmingsplan een grotere oppervlakte aan bijgebouwen toestond, werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college terecht heeft gehandhaafd door de bouw stil te leggen. De persoonlijke omstandigheden van appellant en een mogelijk toekomstig afbreken van bestaande bouwwerken konden hieraan niet afdoen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen; de bouw van de mantelzorgwoning mag niet zonder omgevingsvergunning worden voortgezet.