ECLI:NL:RVS:2018:3637
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 28 augustus 2018 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond op 24 september 2018. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarbij zij niet uitgezet zou worden totdat op het hoger beroep was beslist en dat zij gedurende die periode opvang en verstrekkingen zou ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond was en wees de voorlopige voorziening toe. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze uitspraak werd op 6 november 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.