ECLI:NL:RVS:2018:3669
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergoeding rechtsbijstand bij bezwaar toeslagherziening
De zaak betreft het hoger beroep van een rechtsbijstandverlener tegen de intrekking van een vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand voor verleende rechtsbijstand bij een bezwaarprocedure tegen de afwijzing van een herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag.
De Raad voor Rechtsbijstand had de vergoeding ingetrokken op grond van het beleid dat voor toeslagaanvragen en bezwaarprocedures geen toevoeging wordt verleend tenzij sprake is van juridische of feitelijke complexiteit. De rechtbank had deze intrekking bevestigd en geoordeeld dat het beleid niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter.
In hoger beroep betoogde de rechtsbijstandverlener dat de zaak wel complex was en dat het beleid niet van toepassing was op herzieningsverzoeken op grond van artikel 21a Awir. De Raad van State oordeelde dat het beleid en de werkinstructie C030 wel degelijk van toepassing zijn en dat de zaak niet zodanig complex was dat toevoeging gerechtvaardigd was.
Verder werd geoordeeld dat het niet raadplegen van de helpdesk door de rechtsbijstandverlener betekent dat de vergoeding terecht is ingetrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vergoeding bevestigd.