ECLI:NL:RVS:2018:3674
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergoeding rechtsbijstand kinderopvangtoeslag herzieningsverzoeken
De zaak betreft het hoger beroep van een rechtsbijstandverlener tegen de intrekking van vergoedingen voor verleende rechtsbijstand bij bezwaarprocedures tegen de afwijzing van herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag over 2009 en 2010.
De Raad van State overweegt dat het High Trust-programma van de Raad voor Rechtsbijstand voorziet in steekproefsgewijze controle van toevoegingen en vergoedingen. Indien een zaak achteraf niet toevoegingswaardig blijkt en de helpdesk niet is geraadpleegd, kan de vergoeding worden ingetrokken. De rechtsbijstandverlener had het convenant ondertekend en de helpdesk niet geraadpleegd.
De Raad bevestigt dat volgens het beleid en de werkinstructie C030 geen toevoeging wordt verleend voor bezwaar- en herzieningsprocedures inzake toeslagen, tenzij sprake is van juridische of feitelijke complexiteit. De rechtbank had geoordeeld dat de zaak niet complex was en dat het beleid niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter.
De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergoeding voor rechtsbijstand bij bezwaar tegen afwijzing herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag.