ECLI:NL:RVS:2018:3675
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergoedingen rechtsbijstand kinderopvangtoeslag herzieningsverzoeken
De zaak betreft het hoger beroep van een rechtsbijstandverlener tegen de intrekking van vergoedingen voor verleende rechtsbijstand bij herzieningsverzoeken van het recht op kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009. De raad had deze vergoedingen ingetrokken op grond van het beleid dat voor dergelijke herzieningsverzoeken geen toevoeging wordt verleend, tenzij sprake is van juridische of feitelijke complexiteit.
De rechtbank had de beroepen van de rechtsbijstandverlener ongegrond verklaard en geoordeeld dat het beleid van de raad rechtmatig is en het recht op toegang tot de rechter niet in de kern aantast. De rechtsbijstandverlener stelde dat de zaken wel complex waren en dat zij op grond van eerdere steekproeven mocht vertrouwen op toevoegingen, maar de Raad van State verwierp deze argumenten.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte het belang van het High Trust-programma, waarbij rechtsbijstandverleners vooraf de toevoegingswaardigheid beoordelen en de raad steekproefsgewijs controleert. De rechtsbijstandverlener had de helpdesk niet geraadpleegd, wat volgens het convenant noodzakelijk is bij twijfel.
De Raad oordeelde dat de werkinstructie C030 en het Besluit rechtsbijstand- en toevoegingscriteria terecht worden toegepast op herzieningsverzoeken op grond van artikel 21a van de Awir. De zaak was niet juridisch of feitelijk complex genoeg om een toevoeging te rechtvaardigen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de vergoedingen bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergoedingen voor rechtsbijstand bij herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag wegens het ontbreken van juridische of feitelijke complexiteit.