ECLI:NL:RVS:2018:372
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 10 maart 2017 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond op 14 augustus 2017. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek getoetst aan eerdere jurisprudentie en oordeelde dat het verzoek toewijsbaar is.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 5 februari 2018 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.