ECLI:NL:RVS:2018:3741
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen tijdens hoger beroep
Bij besluiten van 16 juli 2018 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 17 oktober 2018 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde. De uitspraak werd op 14 november 2018 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.