ECLI:NL:RVS:2018:3766
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt alsnog verblijfsvergunning na onterecht niet-ontvankelijkverklaring
De staatssecretaris verklaarde de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk, omdat de vreemdeling internationale bescherming zou genieten in Letland. De rechtbank bevestigde dit oordeel. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij geen internationale bescherming geniet in Letland, omdat hij als 'non-citizen' slechts een regulier verblijfsrecht heeft en geen vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bezit van een Lets vreemdelingenpaspoort en toegang tot Letland als doorslaggevend heeft beschouwd voor het al dan niet genieten van internationale bescherming. Volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen moet internationale bescherming worden erkend door de lidstaat, wat in dit geval niet is gebeurd. De vreemdeling geniet derhalve geen internationale bescherming in Letland.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd.