ECLI:NL:RVS:2018:3795
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omgevingsvergunning voor erfafscheiding in Goirle
Het college van burgemeester en wethouders van Goirle wees op 23 december 2016 de aanvraag van appellant af om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een hekwerk in de voortuin van zijn perceel. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hekwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft en dat het ondanks dat het niet geheel op de erfgrens ligt, wel als erfafscheiding moet worden aangemerkt omdat het een deel van het perceel afscheidt. De rechtbank had dit oordeel terecht bevestigd op basis van jurisprudentie en de feitelijke situatie.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college niet buiten zijn bevoegdheid was getreden door geen gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid voor de maximale hoogte van erfafscheidingen aan de voorgevel. Het college had een algemeen belang bij het behouden van een evenwichtig straat- en bebouwingsbeeld en had toegelicht dat afwijkingen alleen bij technische noodzaak of bijzondere situaties worden toegestaan. Het feit dat appellant kosten zou maken bij het verlagen van het hekwerk is geen reden om af te wijken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de omgevingsvergunning bevestigd.