ECLI:NL:RVS:2018:381
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang voor overtreding afvalopslag op perceel te Staphorst
Appellant exploiteerde een inrichting voor afvalopslag en -verwerking op een perceel te Staphorst. Het college legde hem een last onder bestuursdwang op omdat de hoeveelheid droog restafval en bouw- en sloopafval de toegestane 100 ton per soort overschreed. Eerder opgelegde lasten onder dwangsom hadden niet het gewenste effect.
Appellant stelde dat hem was toegezegd dat geen nieuwe handhaving zou plaatsvinden indien hij de hoeveelheid afval niet verhoogde na 30 november 2015. De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hoeveelheid afval op 2 december hoger was dan op 30 november, mede door afgevoerde landbouwplastic en folie. Deze onduidelijkheid kwam voor rekening van het college.
Desondanks werd bevestigd dat appellant in strijd met de gemaakte afspraak brandbaar afval bij de spoorweg had geplaatst, wat niet was toegestaan. Het rapport van de brandweer ondersteunde het brandgevaar, ondanks latere metingen die geen broei aantoonden. De Raad van State vond dat het college terecht handhavend optrad en het vertrouwensbeginsel niet was geschonden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot last onder bestuursdwang en verklaart het hoger beroep ongegrond.