ECLI:NL:RVS:2018:3811
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR over rijvaardigheidsonderzoek wegens motiveringsgebrek
Op 3 januari 2017 was appellant betrokken bij een aanrijding waarbij de politie een vermoeden uitsprak dat appellant niet langer over de vereiste rijvaardigheid beschikte. Het CBR legde daarop een onderzoek naar de rijvaardigheid op en schorste het rijbewijs. Het bezwaar en beroep van appellant werden door het CBR en de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellant dat het CBR ten onrechte uitgaat van het rijden tegen de rijrichting in als grond voor het onderzoek, terwijl dit niet vaststaat. De Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat het CBR niet meer strikt vasthoudt aan het spookrijden, maar dat het besluit op bezwaar onvoldoende gemotiveerd is omdat het ook andere gedragingen als grondslag had moeten nemen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het eerdere besluit en gelast het CBR een nieuw besluit te nemen met een betere motivering. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het CBR wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en het CBR moet een nieuw besluit nemen.