ECLI:NL:RVS:2018:3815
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J. Kramer
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens overtreding omgevingsvergunning biovergistingsinstallatie
Het college van burgemeester en wethouders van Schagen legde aan appellant drie lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van voorschriften 6.5.5 en 6.5.6 van de omgevingsvergunning voor zijn biovergistingsinstallatie. Appellant betwistte de overtredingen en voerde aan dat de voorschriften onderling tegenstrijdig zijn en dat handhaving onevenredig is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er op het moment van het besluit op bezwaar concreet zicht op legalisatie bestond en dat de voorschriften niet verenigbaar zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat er geen concreet zicht op legalisatie was omdat de aanvraag was ingetrokken en de vergunning geweigerd. Tevens zijn de voorschriften niet tegenstrijdig; ze bieden ruimte voor variatie in mest en co-substraten binnen de toegestane grenzen.
Verder is het belang van milieubescherming en handhaving zwaarwegend en is handhaving niet onevenredig. Het ontbreken van voorschriften in een nabijgelegen installatie betekent niet dat samenstelling niet relevant is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot handhaving en verklaart het hoger beroep ongegrond.