ECLI:NL:RVS:2018:3829
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Appellant, woonachtig met zijn gezin op de derde etage zonder lift, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege problemen met traplopen. Het college wees de aanvraag af omdat appellant met een inschrijfduur van meer dan vijftien jaar bij Woningnet geacht wordt binnen redelijke termijn een passende woning te kunnen vinden. Het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij een specifieke woning nodig heeft, namelijk een grotere woning zonder trap of met lift in Amsterdam West, en dat het college ten onrechte geen medisch advies heeft ingewonnen en de hardheidsclausule niet heeft toegepast. De Afdeling oordeelde dat de algemene weigeringsgrond van de Huisvestingsverordening terecht is toegepast en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat alleen een woning in Amsterdam West passend is.
De Afdeling stelde dat appellant onvoldoende heeft gereageerd op passende woningen in heel Amsterdam en dat het college terecht geen medisch advies heeft gevraagd omdat het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op andere wijze kan worden opgelost. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd door de Afdeling afgewezen omdat geen schrijnende situatie is aangetoond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd omdat appellant geen urgent huisvestingsprobleem heeft.