ECLI:NL:RVS:2018:3849
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 18 mei 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat binnen tien weken een nieuw besluit op bezwaar moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoefde te worden. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter overwoog dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de staatssecretaris een nieuw identificerend gehoor moet afnemen of een onevenredige inspanning moet verrichten. Gezien de belangen van beide partijen zag de voorzieningenrechter geen reden om de voorlopige voorziening toe te kennen en wees het verzoek af. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.