ECLI:NL:RVS:2018:3850
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 juli 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, die op 8 oktober 2018 het besluit van de staatssecretaris vernietigde en bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar voordat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd op 23 november 2018 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen op het bezwaar zolang het hoger beroep loopt.