ECLI:NL:RVS:2018:3854
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 13 september 2018 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. In het hogerberoepschrift voerde de staatssecretaris nieuwe grieven aan die niet aan het oorspronkelijke besluit ten grondslag lagen en die ook niet in eerste aanleg waren ingebracht.
De Raad van State oordeelde dat deze nieuwe grieven niet binnen de toetsing van het oorspronkelijke besluit vielen en daarom niet als geldige grieven konden worden aangemerkt. Hierdoor voldeed het hoger beroep niet aan de vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.