ECLI:NL:RVS:2018:3856
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had bij besluit van 21 september 2018 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen gekregen door de staatssecretaris, die tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd weigerde te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 29 oktober 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 26 november 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.