ECLI:NL:RVS:2018:3907
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Lubberdink
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing splitsingsvergunning wegens niet voldoen aan kwaliteitseisen
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van een aanvraag voor een splitsingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De aanvraag werd oorspronkelijk ingediend door de vorige eigenaar en later overgenomen door appellant. Het college wees de aanvraag af omdat het pand niet voldeed aan de voor splitsing geldende kwaliteitseisen.
De rechtbank oordeelde dat het college de afwijzing terecht baseerde op de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening die van toepassing waren ten tijde van de aanvraag. De rechtbank vernietigde het besluit van het college vanwege een ongemotiveerde stelling over een aanvullende weigeringsgrond, maar handhaafde de afwijzing op andere gronden. Appellant voerde onder meer aan dat het pand wel aan de eisen voldeed en dat sprake was van toezeggingen die het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel rechtvaardigden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het pand aan de kwaliteitseisen voldeed ten tijde van het besluit. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van appellant niet vergelijkbaar is met woningcorporaties die een investeringsplan hebben. Ook het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen wegens gebrek aan medische onderbouwing. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onbevoegdheid van de Afdeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de splitsingsvergunning bevestigd.