ECLI:NL:RVS:2018:3913
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 23 januari 2018 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van de staatssecretaris niet had vernietigd vanwege een onjuiste toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Echter, omdat de staatssecretaris feitelijk de juiste beoordeling had gemaakt op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de vreemdeling geen aantoonbaar belang had bij vernietiging, werd het gebrek gepasseerd.
De overige grieven van de vreemdeling werden niet gegrond verklaard. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen.