ECLI:NL:RVS:2018:3963
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang wegens onjuiste afvalinzameling afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 7 november 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009. De kosten van deze bestuursdwang (€ 125,00) werden aan appellante opgelegd. Appellante betwistte dat zij de afvalzak onjuist had aangeboden en stelde dat haar buurman, met wie zij in onmin leeft, de afvalzak mogelijk onjuist had geplaatst.
De Raad van State overwoog dat de afvalzak met een poststuk waarop de naam en het adres van appellante stonden, tot haar kon worden herleid. Volgens vaste rechtspraak wordt degene tot wie afvalstoffen kunnen worden herleid in de regel als overtreder beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hij niet de overtreding heeft begaan. Appellante slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang bleven voor rekening van appellante. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 december 2018.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.