ECLI:NL:RVS:2018:3999
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Italië tijdens hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 oktober 2018 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 november 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 december 2018 beslist dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen aan Italië zolang het hoger beroep loopt. Dit besluit is genomen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing sluit aan bij eerdere jurisprudentie, waaronder de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen overdracht voordat het hoger beroep is afgerond, waarmee de rechtspositie van de vreemdeling wordt gewaarborgd.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen aan Italië totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.